Call for papers Inner City Redevelopment 1300-1800

Call for papers for the 13th International Conference on Urban History, Helsinki, August 24-27, 2016

M09. Inner City Redevelopment 1300–1800: Transformations of the Structure and Appearance of Pre-modern Towns

 

The dynamism of pre-modern towns is often ignored in urban and architectural history. Many authors unquestioningly assume that the structure of pre-modern towns did not change once the successive phases of urban expansion and the related building booms ended. Recent research however has shown that most medieval and early modern town centres were (in some cases radically) adapted to new conditions. The rise and decay of economic activities did not only affect the edges of towns, but also their centres. In any town that either grows or shrinks, the dynamics of urbanization will lead to the emergence, relocation or demolition of buildings, facilities and functions, and morphological transformations. If needed, complexes of buildings or larger areas were transformed as functional change took place, or the urban structure was adapted to new flows of people, produce or merchandise.

In Reformed north-western Europe, the structure and appearance of many towns changed considerably when large complexes, such as convents or charitable institutions, were secularised and redeveloped, while the Counter Reformation in catholic Europe let convents expand at the cost of housing and open areas. Capital cities were affected by project development by the courts, such as the grands boulevards, places royales and places ducales in France, while the Golden Ages of Antwerp and many cities in Holland stimulated the commercial development of new streets, housing blocks and the subdivision of existing areas.

In this session, we consider the pre-modern town as a dynamic structure or even as a palimpsest, scraped off again and again under the influence of functional change. We welcome papers that address any of the following questions.

  • What were the causes of pre-modern urban change and what was their nature?
  • How did social, economic, cultural change influence specific areas?
  • Were these transformations autonomous projects in specific areas or were they influenced by their urban surroundings?
  • Were the effects of transformations radiating in their vicinity?

For the sake of comparison we are looking for case studies that surpass the scale of a single building and focus on large complexes of buildings, streets or inner-city areas.

 

Keywords: Project development, spatial development, town centres, townscape, urban morphology

Period:            Medieval, Early Modern

Type:                Main session

Session organisers:

  • Jaap Evert Abrahamse, Cultural Heritage Agency of the Netherlands
  • Heidi Deneweth, FWO and Vrije Universiteit Brussel, Belgium
  • Reinout Rutte, Faculty of Architecture, Delft University of Technology, the Netherlands

 

How to propose a paper: https://eauh2016.net/programme/call-for-papers/

Conference: https://eauh2016.net

 

Jaarcongres 2015

Download hier de folder

De sacrale ruimte in de vroegmoderne stad

Amsterdam, Amsterdams Museum

Kalverstraat 92, 1012 PH Amsterdam

vrijdag 30 oktober 2015

Inschrijven kan door zich vóór 20 oktober aan te melden bij Griet.Vermeesch@vub.ac.be en door het overmaken van €20 (€10 tarief MA-studenten) op de rekening van de vereniging met vermelding”Jaarcongres 2015”:

IBAN BE96 0682 3425 2805

BIC: GKCCBEBB (VNVNG te Brussel)

(koffie,thee, lunch en receptie inbegrepen).

 

Kerken, kloosters en andere instellingen met een kerkelijke of semi-kerkelijke functie namen in de middeleeuwse steden letterlijk en figuurlijk een belangrijke plaats in. Dit bleef zo in de vroegmoderne tijd maar de politieke en religieuze veranderingsprocessen zorgden wel voor een aantal belangrijke wijzigingen. De ontwikkelingen in de Nederlanden vormen daar een treffende illustratie van. In het laatste derde van de zestiende eeuw zorgden de Opstand en de strijd tussen katholieken en protestanten voor een gevecht om de sacrale ruimte. De uitkomst van die strijd leidde tot aanzienlijke verschillen in de Habsburgse Nederlanden en in de door protestanten gedomineerde Republiek. In de Zuidelijke Nederlanden leidden de bouw van nieuwe kerken en kloosters en de herinrichting van bestaande complexen tot een hertekening en een nieuw profilering van het sacrale landschap. In de steden van het Noorden veroorzaakte de vaak seculiere herbestemming van de vele kerken en kloosters belangrijke wijzingen in het stedelijke landschap: de publieke ruimte leek toe te nemen. De status van de bevoorrechte gereformeerde kerk en de positie van een aantal verboden en/of gedoogde religieuze groepen (katholieken, lutheranen, doopsgezinden) zorgden bovendien voor een complexe herordening van de sacrale, stedelijke ruimte en een nieuwe, in de praktijk te bepalen, grens tussen de private (sacrale) en publieke ruimte. Wat betekende dit voor het ruimtelijke gebruik en ervaren van het nieuwe stedelijke landschap? Het jaarcongres van de Vlaams-Nederlandse Vereniging voor Nieuwe Geschiedenis wenst aan de hand van een aantal casestudies aandacht te besteden aan de evolutie en de functie van de stedelijke sacrale ruimte in de vroegmoderne Nederlanden.

Programma

10.20    Opening door Joop Koopmans (voorzitter) en jaarvergadering

11.00    Ruben Suykerbuyk (UGent): Belichaamde vroomheid in tijden van iconoclasme. De problematiek benaderd vanuit de Zoutleeuwse kerkrekeningen

11.30    Tiffany Bousard (UvAmsterdam): Rust in vrede? Funeraire rechten en ruimten ter discussie tijdens de Nederlandse Opstand (1565-1585)

12.00    Dagmar Germonprez (Universiteit Antwerpen): Restauratie van de katholieke infrastructuur in de steden in de Zuidelijke Nederlanden onder het regime van de aartshertogen Albrecht en Isabella (1598-1621)

12.30    Lunch

14.00    Carolina Lenarduzzi (Universiteit Leiden), Grensoverschrijdende katholieke claims? De grenzen tussen publieke en private ruimte voor sacrale doeleinden in zeventiende-eeuws Holland

14.30    Justin Kroesen (RUGroningen):  De storm doorstaan. Continuïteit en verandering in de protestantse inrichting van middeleeuwse kerken

15.00    Jo Spaans (Universiteit Utrecht), Het religieuze landschap van vroegmodern Amsterdam

15.30    Koffie en thee

16.00    Discussie

17.00    Borrel

Symposium en boekpresentatie HuygensING

Geachte genodigde,

Het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en het Nationaal Archief nodigen u uit voor het symposium ‘De Staten-Generaal op papier en in de praktijk, 1576-2015’ op 25 juni 2015 in de Rooksalon van de Tweede Kamer op het Binnenhof in Den Haag. Tijdens dit symposium wordt de handelseditie van het proefschrift ‘Instrumenten van de macht. De archieven van de Staten-Generaal 1576-1796’ van prof. dr. Theo Thomassen gepresenteerd.

Als staatsinstelling verschillen de huidige Staten-Generaal wezenlijk met de vergadering van afgevaardigden in de tijd van de Republiek. In de zeventiende en achttiende eeuw functioneerden de Staten-Generaal als centraal orgaan van zeven soevereine provincies, die samen de Republiek der Verenigde Nederlanden vormden.

Net als nu zetelden de Staten-Generaal in de tijd van de Republiek op het Binnenhof, naast de Ridderzaal aan de kant van de Hofvijver. Het Binnenhof was het domein van Holland, het machtigste gewest, dat er zijn eigen staatinstellingen huisvestte en aan de instellingen van de geünieerde provincies gastvrijheid verleende. Het gebouwencomplex is een afspiegeling van de verhouding van de Staten-Generaal tot het machtigste gewest van de Republiek en van de ontwikkeling van de Nederlandse staatsinrichting in het algemeen.

De Staten-Generaal hebben tussen 1576 en 1796 ruim een half miljoen besluiten genomen. Deze besluiten zijn vastgelegd in honderden resolutieregisters en vormen de kern van een archief dat meer dan 1200 meter beslaat. Met vertegenwoordigers van de provinciale Statenvergaderingen, die waren samengesteld uit vertegenwoordigers van de steden en ridderschappen, hadden de Staten-Generaal invloed op alle uithoeken van de wereld. Het archief van deze machtige instelling vormt dan ook een bron van onschatbare waarde voor de geschiedenis van Nederland op nationaal, regionaal en lokaal niveau, en voor de geschiedenis van de Nederlandse betrekkingen met het buitenland.

Op het symposium ‘De Staten-Generaal op papier en in de praktijk, 1576-2015’ zullen overeenkomsten en verschillen tussen de oude en de hedendaagse Staten-Generaal worden belicht aan de hand van de thema’s ‘machtsrepresentatie’, ‘vertegenwoordiging’ en ‘soevereiniteit’. Na elke lezing is er gelegenheid tot discussie en het stellen van vragen.

 

13.30 Ontvangst met koffie en thee

14.00 Opening door Marens Engelhard, algemeen rijksarchivaris en algemeen directeur van het Nationaal Archief

14.15 Lezing door drs. Diederik Smit (Universiteit Leiden): ‘Vier eeuwen in de schaduw van de macht. De behuizing van de Staten-Generaal op het Binnenhof, 1593-2015’

15.00 Lezing door prof. dr. Ida Nijenhuis (Huygens ING): ‘Naar Den Haag! Ruim vier eeuwen vertegenwoordiging en vertegenwoordigers op het Binnenhof’

15.45 Lezing door prof. dr. Theo Thomassen (UvA): ‘De oude Staten-Generaal en de Europese Unie’

16.30 Aanbieding van het eerste exemplaar van ‘Instrumenten van de macht. De archieven van de Staten-Generaal 1576-1796’ door prof. dr. Lex Heerma van Voss (directeur Huygens ING) aan mw. Anouchka van Miltenburg, voorzitter van de Tweede Kamer.

17.00 Sluiting en borrel in de Koffiekamer

De boekpresentatie zal plaatsvinden op 25 juni 2015 in de Rooksalon van de Tweede Kamer op het Binnenhof in Den Haag (Binnenhof 1A, 2500 EA Den Haag). Het programma begint om 14.00 uur en de ontvangst is vanaf 13.30 uur. Parkeren is op eigen gelegenheid (dichtstbijzijnde optie is de parkeergarage op Het Plein). Houdt u er ten behoeve van uw eigen tijdsplanning alstublieft rekening mee dat de beveiligingsprocedures van de Tweede Kamer enige tijd vergen en vergeet vooral uw identiteitsbewijs niet. Stuur uiterlijk vrijdag 19 juni uw aanmelding voor het symposium naar congres@huygens.knaw.nl.

Met vriendelijke groet,

Renske Siemens

Communicatie Huygens ING